In de binnenstad

In de binnenstad
Zijn geen koeien en geen schapen
Ze waren jarenlang mijn grootste fans
En begonnen vanuit de verte al te loeien en te blaten

De koeien wierpen een nieuwsgierige blik
Knikten naar me met hun kop
En zwaaiden uitbundig
Met hun staarten

De schapen waren iets brutaler
Met mij in het vizier
Jachten ze zich naar het hek
En bemachtigden de mooiste plek

De diepte van hun voerbak
Was belangrijker dan wat ik stond te mekkeren
Ze waren een bron van inspiratie
Ondertussen wachtten ze op mijn vertrek

Ze vergezelden me nog een stukje
Huppelden en sprongen in de wei
Hun gedachten alweer verdrongen
Verzong ik er een rijmpje bij