Zwerverspraatje

Al lopend zie ik je in de verte
Op een afgeladen fiets
Je kijkt schuin onder je arm door
En trapt op de rem

‘He, lekker wijf
Met je mooie kleren’

‘Dank voor het compliment
Ik heb je lang niet gezien’

Ik krijg een zuivere lach toegeworpen
Met hier en daar een rottende tand
Een gezicht gaaf in de plooi
Pretoogjes lachen me toe

‘Weet je wat zo mooi is aan jou
Ondanks dat je mooie kleren veranderen
Verandert nooit jouw hart
De blik in je ogen is als 15 jaar geleden’

‘Is het al zo lang geleden
Dat we elkaar hebben ontmoet?’
Het was per ongeluk in een straatje
Ergens op een hoek

Na een kort praatje
Gooit hij zijn been over de fiets
Met een wilde trap
Zwaait hij de fiets weer aan

Terwijl hij wegrijdt op zijn afgeladen fiets
Kijkt hij schuin onder zijn arm door
En roept: ‘tot een volgende keer
We weten alleen niet wanneer’